Steunzolen vragen net als schoenen om onderhoud. Het begint al bij de keuze van je schoeisel. Een steunzool neemt ruimte in een schoen; koop daarom geen maat groter, maar kies schoenen met een uitneembaar voetbed zodat de zool stabiel ligt. Zorg dat de binnenzool vlak is en dat de hiel en midvoet stevig zijn. Vermijd schoenen met hoge hakken; vrouwen dragen bij voorkeur hakken van maximaal 5 cm om voldoende steun te behouden.
Tijdens het dragen moeten alle tenen vrij kunnen bewegen. Pas altijd beide schoenen en loop er even mee zodat je kunt voelen of ze goed zitten. De hiel mag niet slippen en de zool moet bij het breedste deel van de voet flexibel zijn voor een goede afwikkeling. Pas nieuwe schoenen bij voorkeur ’s avonds omdat je voeten dan wat gezwollen zijn. Vergeet ook niet rekening te houden met de sokken die je draagt, vooral bij sportschoenen.
Inspecteer je steunzolen regelmatig op slijtage. Als ze hun vorm verliezen of niet meer voldoende ondersteunen, laat ze dan opnieuw beoordelen of vervangen. Volg de inloop‑ en onderhoudstips uit het inloopschema (zie artikel 6): bouw de draagtijd geleidelijk op, neem rust en rek de voeten en kuiten om te wennen. Oudere schoenen met een uitgesleten zool kunnen de effectiviteit van je steunzolen verminderen; draag je zolen daarom in relatief nieuwe schoenen.
Door goed voor je steunzolen en schoenen te zorgen, verleng je niet alleen de levensduur van de zolen maar verbeter je ook de ondersteuning van je voeten en lichaam.